Spelregels Blackjack

Blackjack is een populair casino spel dat je over de hele wereld kan spelen. Jij, de speler, speelt in dit spel tegen de bank, die meestal vertegenwoordigd wordt door het casino. Je probeert kaarten te verzamelen met een totale waarde die dichter bij 21 ligt (maar nooit 21 overschrijdt) dan die van de bank. Heb je 19 en de bank 18, dan win jij. Heb jij 22 en de bank 15, dan wint de bank. Blackjack wordt om vanzelfsprekende redenen ook wel eens “21” genoemd. Blackjack zoals dat in casino’s gespeeld wordt heeft heel wat weg van het klassieke Nederlandse spel “eenentwintigen”, maar er zijn enkele belangrijke verschillen waar we niet verder op ingaan.

Specifieke Blackjack spelregels

De regels van blackjack kunnen variëren van het ene casino tegenover het andere, maar de standaardregels blijven hetzelfde. Laten we eerst even uitleggen welke spelregels wel kunnen variëren van casino tot casino.

Casino’s gebruiken vaak meer dan één deck. Het spel kan op die manier sneller verlopen omdat er niet tussen elke hand geschud moet worden. Dit heeft ook het voordeel dat kaarten tellen voor de speler (een tactiek die sommige blackjack-spelers gebruiken en die niet geliefd is bij casino-houders) een stuk moeilijker is. Het aantal decks dat gebruikt wordt, verschilt van casino tot casino. Meestal gaat het om twee tot acht decks. Hoe vaak de kaarten geschud worden, verschilt eveneens van casino tot casino.

Het plaatsen van je inzet

Je inzet bepaalt hoeveel je in een spel kan winnen of verliezen. Elke tafel heeft een minimum en maximum inzet die bepalen tussen welke grenzen je inzet zich moet bevinden. De speler plaatst zijn inzet door de overeenstemmende hoeveelheid chips in het daarvoor bestemde gebied te plaatsen. Vaak is er een cirkel of rechthoek getekend op de speltafel waarop je eenvoudigweg je inzet kan plaatsen.

Het begin van het Blackjack spel

Bij het begin van het spel krijgen zowel de speler als de dealer twee kaarten toebedeeld. Meestal worden de kaarten van de speler open gedeeld zodat iedereen ze kan zien, terwijl één van de kaarten van de dealer geheim gehouden wordt. Onthoud dat het doel van het spel is om zo dicht mogelijk bij éénentwintig te komen. Boer, dame en koning tellen hierbij voor 10 punten. Een aas telt voor één of elf punten, afhankelijk van je hand.

De beste beginhand die je kan toebedeeld krijgen is een aas samen met een 10, boer, dame of koning. Dan heb je meteen exact eenentwintig. Zo win je meteen, tenzij wanneer de dealer ook exact eenentwintig heeft. Als dat het geval is, dan is er sprake van gelijkspel en win of verlies je niets.

Kaarten bijvragen – hit, stand en bust

Nadat zowel de speler als de bank twee kaarten hebben gekregen, gaat het spel verder. De speler moet dan kiezen of hij nog een derde kaart (hit) wil of het bij zijn twee kaarten wil houden (stand). Heb je met jouw twee kaarten al een waarde die dicht bij eenentwintig ligt, dan kies je best voor een stand, want de kans dat je over de eenentwintig gaat (bust) met je derde kaart is behoorlijk groot. Je kan zoveel hits vragen als je wilt, maar je vraagt altijd slechts één kaart per keer. Sommige casino’s hebben extra regels voor hoeveel hits je mag nemen.

Dan is het de beurt aan de bank. Anders dan de speler, mag de bank niet zelf kiezen of hij een kaart bij neemt of niet. De bank moet bepaalde regels volgen. Wanneer de waarde van zijn hand minder dan 17 is, moet de bank verplicht voor een hit kiezen.

Wanneer alle spelers en de bank aan de beurt zijn geweest is het duidelijk wie er heeft of hebben gewonnen. Het spel begint dan weer opnieuw: kaarten schudden, inzetten, kaarten delen, hit of stand, enzovoort.